DEN HAAG CONRADKADE

   

Als schooljongen ging ik regelmatig met de Hofpleinlijn van Den Haag Hollands Spoor naar Rotterdam om daar een dagje te trammen. Dat was nog heel opwindend want de metro reed nog niet en met de tram kon je nog over de oude Willemsbrug en Koninginnebrug rijden naar Zuid. Rotterdam en zijn tram zijn vanaf die periode mijn doorlopende bron van inspiratie geweest in de modelbouw. Met schoolvriendjes deed ik aan modelbouw, nou ja wat heet modelbouw, het meeste deed de verbeelding. Mijn baan was “oerend” Rotterdams. Leuk was dat één van mijn vriendjes de Haagse tram uitbeeldde en een ander vriendje de Amsterdamse. Vanaf dat moment beijverden wij ons alledrie om onze banen Haagser, Rotterdamser of Amsterdamser te maken. Juist de verschillen in sfeer, bouw en stratenaanleg en natuurlijk de trams tussen de drie grote steden begonnen mij steeds meer te boeien. Ooit, zei ik tegen mezelf, wil ik op een professionele manier deze thematiek in  model uitbeelden. Laat ik het stadsdiorama’s noemen, één Rotterdams, één Haags en één Amsterdams. Heel veel jaren en modelbouwervaring later kwam ik in contact met een meester modelbouwer van trams, Harry Kaffa. Omdat ik inmiddels veel ervaring had opgedaan met huizenbouw, denk aan Ravenhage, de Oude Lijn, gezicht op Enschede, vroeg Harry mij een passende achtergrond te maken voor zijn verzameling Haagse trammodellen. En dat was het startsein voor de bouw van het eerste stadsdiorama: Den Haag.

 

Plan

Vanwege de karakteristieke Haagse gevels uit het begin van de twintigste eeuw en de grote verscheidenheid aan trammaterieel dat er reed is gekozen voor het uitbeelden van de Conradkade ter hoogte van de hoek met de Weimarstraat. In de Weimarstraat reden de lijnen 2 en 5 met ombouwers en 250-ers, op lijn 11, die langs het water van het “verversingskanaal” langs de Conradkade reed, trof men de befaamde combinaties 800 met 750 aan, en later de PCC-cars.  Ook de HTM goederenlocs H 41 en H 42 waren te zien metl NS-goederenwagens. De trambaan was typisch HTM: veldspoor op verweerde houten dwarsliggers in een schraal zandachtig baanlichaam en bovenleiding in kettingophanging aan middenmasten van een karakteristiek soort, dat je alleen in Den Haag aantrof. Omdat we qua tijdperk terug wilden naar onze kinderjaren, de jaren ’50 en ’60, konden we ook nog fraaie oude lantaarnpalen neerzetten, de zogenaamde Berlage-palen. En ook de oude, vierkante haltepalen, bestaande uit geel geëmailleerde stroken metaal op een doosvormig frame, gemonteerd op een zilverkleurige paal met een geel bolletje er boven op, stonden er nog. Op basis van een gedegen studie van kaarten, foto’s en een inventarisatie van de huidige situatie, werd het plan voltooid en jeukten onze handen. We begonnen te bouwen.

 

Zicht op de Weimarstraat vanaf de brug met de mat spiegelende achtergrond en de halve tram

Onderaan beginnen

De bak bestaat uit een  multiplex frame van 18 mm dik. Een open frame, waar op het hoge niveau de Conradkade met de huizen zijn gesitueerd en op het lage niveau het water van het verversingskanaal. Het niveauverschil bedraagt ongeveer 4 cm. De tramrails bestaan uit flexrails van Roco, code 83, de kruising met de Weimarstraat is van Fairfield profielen en kruisingsstukken gemaakt. De bestrating is gemaakt van Porion, een beproefd concept dat misschien wat grof oogt maar een echt gevoel geeft van klinkers. De rijweg van de Conradkade was in die tijd bestraat met blauwe klinkers, iets wat ik óók alleen in Den Haag tegenkwam. De strook tussen de parkeervakken en de trambaan was belegd met zogenaamde “ironbrick” een zwarte steen met het motief van schuine dropjes. Deze heb ik nagebootst door middel van een motiefplaatje van Slaters dat ik donkergrijs [ niet zwart !] heb geverfd. De afwerking van de trambaan is op de gebruikelijke manier gebeurd, met een mengsel van zand en een weinig ballastkorrels, vastgelegd met verdunde houtlijm. Het geheel is later nog in juiste kleur bijgewerkt met plakkaatverf. De taluds naar het water zijn met een baksteen motiefplaatje van Slaters beplakt en geschilderd. Daaroverheen zijn sporen onkruid aangebracht van Woodland of Busch.  Ook het bruggenhoofd en de aangrenzende tramhalte zijn bekleed met Slaters motiefplaatsjes. De lantaarnpalen en de bovenleidingmasten zijn van messing. De masten zijn gedraaid, er zijn profielen toegepast en er zijn zelfs onderdelen gegoten van messing, met name de kap van de lantaarnpaal. Voor de bouw van deze onderdelen is gebruik gemaakt van tekeningen uit het archief van de dienst Gemeentewerken van Den Haag. De hekken van de brug zijn geëtst uit messing. In de tijd waarin het diorama zich afspeelt stond er een tramhuisje langs de waterkant. Op vele foto’s hebben we proberen te achterhalen welk type dit was maar hierin zijn we ten dele geslaagd. Wel  wisten we dat het familie moest zijn van het houten tramhuis dat staat op het buitenterrein van het Haags Openbaar Vervoermuseum in de oude tramremise Frans Halsstraat.  We hebben besloten dit tramhuisje in zijn geheel na te bouwen. Een diorama heeft als nadeel dat het ondiep is. Een doorzicht in een straat tussen gebouwen loopt dan al gauw dood tegen de achtergrond wat een storend effect kan hebben op de beleving. Om aan dit nadeel te ontkomen hebben we een spiegelend paneel gemonteerd aan het einde van de straat [Weimarstraat] . Maar, géén spiegel, want dan zou je jezelf zien als je recht de straat in kijkt en daar is niemand blij mee natuurlijk. Ik heb een plaatje karton beplakt met stevig aluminiumfolie. Hierdoor lopen de contouren van de straat en de gebouwen door, maar verdwijnen vrijwel direct in een soort waas. Dit geeft een bevredigend resultaat. Om het effect te versterken is tegen de spiegelwand een halve HTM ombouwer geplaatst, die dus net als hele tram zichtbaar is.

 

De huizen

Toen mijn vader ons ouderlijk huis verkocht, waarin wij ruim 40 jaar hadden gewoond, heb ik er als aandenken een maquette van gemaakt. Voor de eerste keer heb ik toen styreenplaat als bouwmateriaal gebruikt. Styreenplaat is te koop in de modelbouwwinkels in plaatjes van 0,5, 1 en 2 mm dik. Het is ook te koop in kunststoffenhandels, maar dan in platen van 1 bij 2 meter. De keuze voor styreenplaat werd mede bepaald door een kennismaking met kleurpoeders op Rail ’96. Deze kleurpoeders zijn  vervaardigd van natuurlijke materialen en leveren een verbluffend echt effect op.  Ze zijn beter toepasbaar op kunststof dan op karton in verband met kromtrekken en latere bewerkingen. Het ouderlijk huisje werd een waar monumentje en ik besloot de huizen van de Conradkade op dezelfde wijze te maken. Kenmerkend voor de bouwstijl van die tijd was het enorm rijk versierde metselwerk met bogen, speklagen, sluitstenen, en de overvloed aan tierelantijntjes. Typisch Haags zijn de bouwhoogte van drie verdiepingen en de houten erkers op de verdieping. Zij, die van achter de ramen van de verdieping wilden kijken wie er aan de deur was, hadden een spiegeltje aan de buitenzijde, een zogenaamde spion.

 

Overige zaken

Zonder een volledige opsomming te geven van alle afwerkingen wil ik er toch enkele noemen. Het water bestaat uit blanke vernis met een toplaag van jachtlak. De vernis, die in één keer is ingegoten, gaat tijdens het drogingsproces [na enkele dagen !] rimpelen. Door, na droging van de vernis, er een dun laagje jachtlak overheen te gieten worden de rimpels weer wat minder. Hoe meer jachtlak, hoe gladder het oppervlak. Je kan ook laagje voor laagje vernis met de kwast aanbrengen, dan rimpelt het oppervlak niet. Alvorens te gieten eerst de bodem in de juiste kleur verven.

De bomen zijn gemaakt van zeeschuim. Een stronk hiervan wordt op een vertakt takje gelijmd en gespoten in de gewenste grijs-bruine kleur. Hierna wordt de kroon met Bison lijmspray bespoten en bevlokt met groen van Woodland of Busch.

De straatnaamborden in Den Haag bestonden uit gietijzeren stroken met reliëfletters van een type met schreef. Ik heb op mijn PC het juiste lettertype gezocht en deze in wit op een blauwe ondergrond afgedrukt. Daarna heb ik het geheel verkleind en tenslotte geprint.

Het leven in deze Haagse straat tenslotte is ontstaan door enkele fietsers [fietsen van messing etswerk] en auto’s van Brekina en Wiking. De Kromhout HTM bus is van HB Models en voorzien van enkele Haagse reklames. De figuurtjes zijn van onder andere van Preiser.

 

Fotografie

De bij dit verhaal gemaakte foto’s zijn gemaakt met een kleine digitale camera. Dit apparaat verricht wonderen. Ten opzichte van de zeer fraaie foto’s van modellen en modelbanen  heeft het formaat van deze camera het voordeel dat hij in het diorama geplaatst kan worden.  De brandpuntsafstand van de lens is bovendien zodanig dat er een enorme perspectivische werking van uit gaat en er toch een alleszins redelijke scherptediepte blijft bestaan. De foto’s zijn genomen met natuurlijk zonlicht, een voordeel van het werken met een klein diorama. Wellicht zijn de afbeeldingen minder scherp dan de conventionele foto’s die u gewend bent, maar dit resultaat wilde ik u niet onthouden. 

Thom Raven